Opbouw
- Je hond bevindt zich recht voor je.
- Je geeft de aankondiging ‘Kegelen’ (of een ander signaal dat je hond nog niet kent).
- Je haalt een snoepje uit je zak.
- Je draait je 180 graden om.
- Je laat het snoepje over de grond rollen.
- Je hond rent erachteraan en eet het snoepje op.
- Je hond kijkt je weer aan.
- Je geeft opnieuw de aankondiging ‘Kegelen’ en begint weer van voren af aan.
Kegelen als beloning
- Na het markerwoord geef je het signaal voor Kegelen,
draai je je 180 graden om,
rol of gooi je het snoepje weg
en je hond mag er achteraan jagen. - Gebruik je Kegelen om je hond uit een onaangename situatie te halen,
gooi of rol het snoepje dan van de prikkel af,
in de tegenovergestelde richting.