Leren aan de lijn lopen

Je hond kan leren om losjes aan de lijn te lopen. Hiervoor mag hij zich binnen de reikwijdte van de lijn bewegen en zijn behoeften volgen (in tegenstelling tot het strak naast je lopen).

Let erop dat de lijn tijdens het lijntraining altijd even lang is. Alleen zo kan je hond leren waar het echte einde van de lijn is.
Doe altijd alleen korte sessies lijntraining. Het is voor je hond erg vermoeiend en kost veel impulscontrole. Je hond zou van nature nooit zo langzaam lopen.
Zorg dat je hond zich vooral in het begin op jou kan concentreren; de afleidingen mogen nog niet te groot zijn.
Je kunt altijd een losse lijn markeren en belonen bij je.
Hoe langer de lijn tijdens de training is, hoe meer mogelijkheden je hebt om een losse lijn te markeren en te belonen.
Als je een hond hebt die meteen na het krijgen van de beloning weer verder rent, blijf dan voor de beloning staan en ga pas verder wanneer je hond de beloning heeft gegeten.
Als je hond het einde van de lijn heeft bereikt, motiveer je hem om naar je toe te komen. Komt hij niet naar je en blijft de lijn strak, loop dan een paar kleine stappen achteruit en neem je hond voorzichtig mee (zonder rukken). Daarna kun je verder. Na twee stappen kun je weer losse lijn markeren en belonen.

Als je hond zijwaarts in de lijn hangt, wacht je op de zelfstandige omoriëntatie, markeer je de omoriëntatie en beloon je tijdens het verder lopen. Blijf hierbij niet stilstaan, want je wilt juist voorbij de afleiding lopen.
Als de lijnbegeleiding zonder afleiding al goed gaat, kun je de afleidingen langzaam verhogen.