Opbouw
Bedenk een signaal waarop je hond naar de deken moet gaan
(bijvoorbeeld: deken, mand, erin, …).
Laat je hond een snoepje zien, laat hem er kort aan snuffelen en gooi het vervolgens op de deken.
Gaat je hond naar de deken om het snoepje te zoeken, klik (of gebruik je markerwoord) net voordat hij het snoepje vindt en opeet.
Herhaal dit tien keer achter elkaar.
Herhaal deze oefening meerdere keren per dag of verspreid over meerdere dagen,
totdat je hond graag naar de deken gaat om daar naar het snoepje te zoeken.
Wanneer je hond blij en vlot naar de deken gaat nadat je het snoepje erop hebt gegooid, wordt het signaal ‘deken’(of mand, erin) geïntroduceerd.
Je zegt het signaal ‘deken’ net voordat je de handbeweging maakt om het snoepje op de deken te gooien.
Herhaal dit enkele keren. Daarna wordt het snoepje in de hand afgebouwd.
Dat betekent: je zegt het signaal ‘deken’, maakt de handbeweging alsof je een snoepje op de deken gooit, zonder daadwerkelijk een snoepje te gooien, en je klikt/markeert zodra je hond naar de deken gaat om het vermeende snoepje te zoeken.
Je geeft je hond het snoepje vervolgens op de deken uit de hand, bij voorkeur zo dat hij moet gaan liggen.
Herhaal dit meerdere keren.
Werkt dit goed, geef je hond meerdere snoepjes op de deken nadat hij erop is gegaan.
Hierdoor blijft hij langer op de deken.
Je kunt hem ook iets geven om op te kauwen; houd dit wel vast zodat hij de deken er niet mee verlaat.
Voelt je hond zich steeds prettiger op de deken, dan kun je hem daar regelmatig kauwmaterialen aanbieden.
Draagt hij ze toch van de deken af, neem ze dan weg en breng je hond met signaal en handgebaar weer terug naar de deken.
Gaat je hond vrijwillig op de deken liggen, dan mogen er ook af en toe een paar snoepjes op de deken vallen.