Signaal „Blijf“
Het signaal „Blijf“ vertelt je hond dat hij precies op de plek moet blijven wachten waar hij is, totdat jij weer bij hem terugkomt.

De opbouw:
Je hond bevindt zich voor je (bijv. in zit of lig)
Je zegt je signaal voor „Blijf“
Kort daarna volgt je zichtsignaal voor „Blijf“ (opgestoken hand). Let er bij beide signalen op dat je je hand niet direct voor de neus van je hond houdt, maar – als je staat – simpelweg je hand omhoog brengt en je niet over je hond heen buigt.
Daarna gaat je hand weer naar beneden en doe je eerst één stap naar achteren.
Daar markeer je en ga je direct terug naar je hond om hem zijn beloning te geven. Let erop dat je vóór het markeren nog niet met je hand bij het beloningszakje bent, dit kan je hond namelijk in blije verwachting laten opstaan.
Na de marker mag je hond opstaan (na de marker is elke oefening beëindigd!), maar dat willen we hier eigenlijk niet. Bouw dit dus echt in kleine stapjes op: vergroot de afstand telkens maar met één of twee stappen, zodat je hond leert dat de beloning naar hem toe komt en hij niet hoeft op te staan – zijn mens komt immers weer terug naar hem.
Roep je hond indien mogelijk niet uit de zit, want dan blijft hij voortdurend in verwachting van het moment waarop hij eindelijk mag weglopen. Rustig wachten leert hij in eerste instantie alleen wanneer de mens weer meteen naar hem terugkomt.