Het omoriëntatiesignaal (UOS) is een attentiesignaal en haalt de hond uit zijn hondenwereld terug naar onze mensenwereld, zodat hij ons beter zijn aandacht kan geven. Want wanneer jouw hond in zijn eigen wereld verzonken is, vindt hij het erg moeilijk om op signalen of op jou te letten.
Omoriëntatie betekent dat jouw hond zich van zijn afleiding wegdraait; het betekent niet dat hij jou moet aankijken of naar je toe moet komen.
Opbouw:
Kies een nieuw signaal (bijv. “Naar mij”, “Hier”, “Hey”, “Kijk”).
Het moet een signaal zijn dat je hond nog niet kent en dat ook nog niet vaker niet werkte.
Train eerst zonder afleiding.
Wanneer je hond bij je is en je zijn aandacht hebt, zeg je het UOS en volgt direct de beloning.
Belangrijk: je hond hoeft hier niets voor te doen!
Na meerdere herhalingen heeft je hond de koppeling signaal–beloning begrepen.
Daarna kun je het UOS ook geven in situaties waarin je hond je niet aankijkt.
Vanaf dat moment gebruik je het markerwoord.
Je hond kijkt ergens anders heen, jij zegt je signaal. Zodra een oor of het hoofd van je hond in jouw richting beweegt, wordt gemarkeerd en bij jou beloond. De kleinste omoriëntatie wordt gemarkeerd, niet het aankijken van jou.
Als er na jouw signaal geen omoriëntatie komt, geef je gewoon weer voer aan de hond en probeer je het opnieuw totdat er elke keer een omoriëntatie is.
Wanneer dit goed gaat, kun je langzaam de afleidingen verhogen.
Belangrijk:
- Gemarkeerd wordt altijd de omoriëntatie van de hond, niet het terugkomen of aankijken.
- De oefeningen moeten zo veel mogelijk voor 100% lukken.
- Zo veel mogelijk herhalingen en generalisaties.
- Juiste beloningen versterken het gewenste gedrag.
- Maak een beloningslijst: welke beloningen werken in welke situatie echt versterkend?