De naam zegt het eigenlijk al heel treffend: we “ankeren” de hond met een verbaal signaal naar ons toe.

Een ankersignaal moet:
- Duidelijk verschillend zijn van het dagelijkse roepen
- Ook over grote afstand goed hoorbaar zijn
- Makkelijk te onthouden zijn voor een opgewonden mens
- Een woord of een fluitsignaal zijn
Voorbeelden van ankersignalen
- Go, go, go, …
- Ai, ai, ai, …
- Kom, kom, kom, … (alleen als kom nog niet voor iets anders wordt gebruikt)
- Hier, hier, hier, …
Opbouw
- Kies een nieuw signaal (of fluitsignaal) dat als ankersignaal gebruikt gaat worden.
Het mag geen signaal zijn dat de hond al kent en dat in het verleden vaker niet heeft gewerkt. - Geef het ankersignaal wanneer je hond zich snel in de richting van zijn begeleider beweegt.
- Het ankersignaal wordt niet onderbroken wanneer de hond even van het pad afwijkt.
- Het ankersignaal stopt pas wanneer de hond de begeleider heeft bereikt
(belangrijk!). - Wanneer de hond bij je is aangekomen, volgt het markersignaal en de beloning.
- De beloning mag gerust uitgebreid en aantrekkelijk zijn,
zodat het voor je hond écht de moeite waard is om naar je toe te komen.
Belangrijk
- Geef het ankersignaal alleen wanneer je hond zich snel naar je toe beweegt.
We willen dat de hond vlot en doelgericht naar ons komt en zich onderweg niet laat afleiden door andere prikkels. - Er wordt altijd gemarkeerd op het daadwerkelijke aankomen,
niet wanneer de hond nog één of twee meter van je vandaan is. - Herhaling en generalisatie (dus oefenen op verschillende plekken en met uiteenlopende afleidingen)
zijn veruit het belangrijkste in deze training. - De juiste beloning versterkt het gewenste gedrag.
Een hond die net een ree wilde achtervolgen, zal niet voor een koekje komen,
of raakt gefrustreerd en besluit de volgende keer misschien helemaal niet meer te komen.